Als klein meisje, opgegroeid in Italië binnen de rooms-katholieke traditie, heb ik de hervormingsboodschap altijd als bijzonder ervaren. Niet zozeer vanwege de inhoud van de boodschap zelf, maar vooral vanwege de reactie die deze teweegbracht bij de mensen om mij heen.
Tijdens mijn hele schooltijd –van de basisschool tot het voortgezet onderwijs– kwam in de geschiedenislessen het jaartal 1517 voorbij. Op dat moment sprak de lerares haar ontevredenheid uit over het handelen van de Rooms-Katholieke Kerk. Zij zei dat de kerk de correcties uit de 95 stellingen van Luther zou moeten toepassen. Uitspraken als: “Het geloof is een zaak van het hart tussen jou en God,” “de bemiddeling van de priester is nergens voor nodig” of “De priesters hebben te veel macht over de zielen van de mensen” maakten diepe indruk op mij.
Door zulke opmerkingen werd ik kritisch op het rooms-katholicisme. Naarmate ik ouder werd en zelf onderzoek deed, raakte ik steeds meer overtuigd van de onjuistheden in de leer van de Rooms-Katholieke Kerk. Uiteindelijk keerde ik me er volledig van af. Het bleef echter niet bij het vermijden van de kerk: ik nam ook afstand van het geloof. Ik geloofde niet meer in de Heere Jezus.
Toch had ik in de loop der jaren een open houding ontwikkeld tegenover het protestantisme. Toen ik naar België verhuisde, was ik –ook als niet-gelovige– bereid te luisteren naar wat er in protestantse kerken werd gezegd. Ik herinner me nog goed mijn eerste diensten daar: de mensen baden onvoorwaardelijk voor elkaar, er was geen priester aan wie je je meest persoonlijke zaken moest opbiechten, en de nadruk lag op je persoonlijke relatie met God, niet op wat je voor God moest doen. Dat voelde niet alleen aangenaam, maar vooral authentiek.
De echte ommekeer kwam toen mijn toekomstige man mij een Bijbel schonk. Ik begon zelf het Evangelie te lezen en te onderzoeken. Toen realiseerde ik me dat de kern van het geestelijke probleem in Italië is dat men weinig tot geen kennis van het Evangelie heeft. Veel Italianen denken dat de Bijbel onbegrijpelijk is. Daardoor kunnen er binnen de kerk eeuwenlang misstanden blijven voortbestaan.
Dat had Luther destijds ook begrepen. En dat is wat hij mij door zijn 95 stellingen heeft geleerd: ga terug naar Gods bron, onderzoek zelf het Evangelie, zodat je menselijke wetten en instellingen kunt herkennen en durft los te laten. Dat fungeert voor mij steeds als leidraad, ook nu ik protestant geworden ben. Daarom sta ik ook dit jaar stil bij Hervormingsdag met de overtuiging dat de hervormingsboodschap nog steeds uiterst actueel is.
“Laten we dus terugkeren tot het Evangelie” (Luther, 88e stelling).
Door Andrea Jopse

